AAi WiTNUSS

Reizen met een 'persoonlijk tintje' 

Jali Kebba Kuyateh

Jali Kebba Kuyateh

Jali Kebba Kuyateh, rechts van President Yahya Jammeh (in t wit) is kora master in hart en nieren. Muziek maken heeft in Gambia een compleet andere betekenis dan in Europa.

Mensen in Gambia worden geboren binnen een 'familie', waar een bepaald beroep uitgeoefend wordt. Vroeger 'moesten' de kinderen de familietraditie volgen, tegenwoordig hebben kinderen steeds meer een eigen keuze.

Zo zijn er families van 'houtbewerkers', 'leerlooiers', 'boeren' en ga zo maar door.

De muzikanten nemen een aparte groep in de samenleving in. Zij worden griot genoemd, ook wel 'jali'. De jali is niet alleen een entertainer, maar ook iemand die aan de gemeenschap normen & waarden bezingt, binnen families en geloof. Veel Gambianen kunnen niet lezen en schrijven, waardoor mondelinge kennisoverdracht heel belangrijk is. Een jali moet aanwezig zijn bij belangrijke gebeurtenissen in een familie, zoals een huwelijk of geboorte. Er wordt op die momenten veel muziek gemaakt en de betreffende personen worden toegezongen en krijgen belangrijke adviezen mee.

Een jali is er niet alleen om muziek te maken. Hij of zij heeft ook in het dagelijks leven een belangrijke taak te vervullen. Tijdens conflicten wordt een jali erbij geroepen als bemiddelaar. Als er bijvoorbeeld op straat een conflict ontstaat, zal een jali zich ertussen mengen en proberen in alle redelijkheid de goede sfeer te herstellen en de betreffende mensen zonodig van advies te voorzien.

Tegenwoordig valt het voor een jali niet mee om zijn traditie te volgen. Velen kiezen voor een ander beroep als dit mogelijk is. Op dit moment is meer dan 50% werkeloos in Gambia....  De instrumenten kosten veel geld en ook het transport mét de muziekband, apparatuur & muziekinstrumenten naar de plaats waar het optredens is. Jali Kebba & zijn Suturu Band heeft in het verleden enorm vaak opgetreden zonder er wat aan te verdienen. Toch zette hij door. 

Omdat traditie zo belangrijk is voor Jali Kebba, heeft hij gekozen om de traditionele KORA muziek te combineren met een modern vleugje. Zo zingt hij over gezondheidsproblematiek (bv. Malaria & AIDS), over het belang van educatie, het gevaar van geld en belangrijke politieke gebeurtenissen. Dit jaren zwoegen is niet onopgemerkt gebleven. President Yahya Jammeh heeft hem gesponsord met muziekinstrumenten en nodigt hem regelmatig uit om op te treden tijdens zijn promotie tour voor verkiezingen. Diverse radio- en televisiestations in Gambia draaien inmiddels regelmatig muziek van hem. Jali Kebba staat regelmatig in de krant en in de winterperiode heeft hij gelukkig steeds meer werk. Beetje bij beetje worden zijn leefomstandigheden beter. Daardoor ook die van zijn familie. Bij de bandleden idem.

Tijdens de Gambia reis van AAi WiTNUSS krijg je een kleine indruk van zijn leven. Als hij zelf tijd heeft, is hij onze reisleider. In ieder geval maak je zijn optreden mee tijdens de CD lancering op 20 oktober 2012. Misschien is er in die week een 'naming ceremony' (geboorte kind) of huwelijk waarbij hij zelf optreedt. Hij zal het ongetwijfeld leuk vinden als we een Gambiaanse familie bezoeken en een school.... en verder moet je je maar laten verrassen ....  

Wat is een kora?

De Mandinka kora is een uniek instrument die er een beetje uitziet als een harp en een brug heeft gelijk aan die van een luit of gitaar. Het is het hoogst ontwikkelde snaarinstrument van Afrika. Zowel de bouwwijze als ook de muziek zijn uniek op de wereld. Hij klinkt enigszins als een harp, maar zijn speelwijze lijkt meer op die van een flamenco gitaar.

Traditioneel heeft de Kora 21 snaren die worden bespeeld met de duim en de wijsvinger van elke hand. De overige vingers houden vast aan de twee verticale handvaten. De meeste kora-spelers komen uit Gambia, Mali, Guinee en Senegal.


Wat is een jali / griot ? 

Door:  Yanne de Belder

In de traditionele samenleving van West-Afrika behoren de griots of jali tot de midden-groep van de nyamakala of ambachtslui. Als bewerkers van het woord, vormen zij meer bepaald de vierde groep nyamakala, naast denoumoun (smeden), de karanke (leerlooiers) en de kule (houtbewerkers). Net als de andere ambachtslui, bekleden zij een tussenpositie: zij zijn geen nobelen (horon), noch slaven (jon). De bekendste clans van jali zijn de Kuyateh, de Diabate, de Kante, de Kone en de Diawara.                                                          

De muzikanten komen hoofdzakelijk uit de kaste van de jali, hoewel er ook muzikanten uit andere sociale groepen bestaan: jagers (horon) en smeden (nyamakala) hebben bijvoorbeeld elk hun eigen muziektraditie. Jaliba Kuyateh, Mory Kante, Toumani Diabate en Adama Drame zijn jali die bij ons als muzikant bekend zijn.                                                                                                                     

Een mannelijke griot of jalike zal meestal een muziekinstrument kiezen waarop hij zich specialiseert: ngoni, balafo, kora en tegenwoordig ook djembé, het instrument dat oorspronkelijk voor de smeden voorbehouden was. Een griotte of jalimuso wordt zangeres. De griots en griottes bezitten de kennis over de betekenis van de feesten en zien er als Masters of Ceremony op toe dat de feesten volgens de voorschriften plaatsvinden. Als een soort Afrikaanse troubadours, zingen de jalimuso of spreken de jalike de lof over de aanwezige horon en begeleiden zichzelf daarbij, of worden daarbij begeleid op ngoni, balafo, een soort kleine djembé's des griotsen de dounoun des griots: een doundoun met geitevellen die met een kromme stok wordt aangeslagen. De jalimuso heeft steeds de rol van voorzangeres en kiest het lied dat toepasselijk is op de betreffende persoon of de gelegenheid.

Maar muziek en (lof)zang vormen slechts een klein gedeelte van het ingewikkelde kluwen van taken die de jali in het sociale leven heeft. In de eerste plaats is hij de koumatigi of Maitre de la parole. Als geen ander beheerst hij de kunst van het gesproken woord, van het verhaal en van de geschiedenis. Deze drie begrippen worden in het Mandinka met het ene woord kouma betekend. Een griot is eigenlijk een zak vol woorden.       

Het hoogste doel van de jali is beluisterd te worden. Op alle openbare gelegenheden is hij de woordvoerder, hetzij als vertegenwoordiger van de groep, hetzij als een soort heraut van de horon die al dan niet koning is. Op zo'n publieke gebeurtenissen beschikt de griot als koumala (hij die spreekt), steeds over een dala miné die als vertegenwoordiger van de toehoorders het spreken ontvangt en het spreken ritme geeft door te antwoorden met namou ('inderdaad') of ayiwa ('wat je zegt').

We zien hier weer de typische ROEP-RESPONS-structuur verschijnen die we ook aantroffen in de muziek. In het wereldbeeld van de Mandinka bezet het gesproken woord een centrale plaats. Een ding bestaat pas als er een woord over uitgesproken is: "Toute chose est parole". Net als in de meeste andere orale of mondelinge culturen, heeft het gesproken woord een enorme kracht bij de Mandinka: "Het woord is een leeuw : hij vangt je onverwachts".

Het vereist van de jali veel geduld en een groot meesterschap om de kracht die van het woord uitgaat te beheersen. Hiertoe beschikt hij over een heus arsenaal van spreekwoorden en zegswijzen die "het paard van het spreken zijn". Van sommige griots wordt verteld dat zij zo machtig zijn, dat zij met woorden daken kunnen doen instorten of daken kunnen herstellen. Zij spelen en zingen en spreken dus letterlijk de pannen van het dak.

Als koumatigi is de jali ook traditionalist. Hij is de Afrikaanse tegenhanger van onze kroniekschrijver, maar in plaats van zijn kennis op te schrijven in een statische vorm, 'bewaart' hij zijn kennis in de vorm van epen, heldendichten en historische legenden. Hij behoedt de traditie, niet door haar te bewaken, maar door haar telkens opnieuw openbaar te maken aan een groep toehoorders, die eigenlijk al vertrouwd is met die verhalen en die ingewijd is in de betekenissen van de gebruikte symbolen en beeldspraak. Het is dus heel belangrijk dat de griot geen fouten maakt in de geschiedenissen of de stambomen die hij verhaalt. Hij moet alle clans kennen met hun jamu (clannaam),hun beba (eerste voorouder), hun tana (totemdier) en hun stamboom. Het is zijn taak om het wezenlijke van de cultuur te behoeden.

In het licht van de veranderende wereld, moet hij trachten de essentie van de traditie te behouden. Zo zijn er heel wat geheimen (waaronder clangeheimen) die bij de jali 'in de brandkast liggen' en die hij door zijn welsprekendheid kan oproepen voor ingewijden zonder er letterlijk iets over te zeggen. De griot beschikt als behoeder en verhaler van de geschiedenis over drie spreektechnieken: het eerste spreken (d.i. het Soundiata-epos over het ontstaan van het Mali-rijk), het oude (de geschiedenis) en het ouder wordende spreken (de stambomen) en tenslotte het spreken in het heden (de improvisatie). Elke jali moet gevormd worden door een meester die hem al de nodige kennis en technieken aanleert. Vaak gebeurt de vorming in de zogenaamde traditionalistendorpen zoals Djolibakro, de thuishaven van de Kuyateh in Guinee en Kela in Mali, waar de Diabate wonen, die beschouwd worden als de enigen die het Soundiata-epos volledig kunnen vertellen.

De jali oefenen ook de functie van onderhandelaar of mediator uit; een functie die in de streng hierarchische Mandinka samenleving erg belangrijk is. Zo bemiddelen zij in conflicten tussen geslachten, leeftijdsgroepen, clans, dorpen, etnien en individuen. Zij worden vaak aangesteld als boodschapper tussen rivaliserende groepen of personen. In de functie van bemiddelaar tussen prive-personen kunnen jali, bij afwezigheid, vervangen worden door andere nyamakala. Een enkele keer bekleedt een jali de functie van onderhandelaar tussen de mensen en de hogere krachten en kan hij aldus de rol spelen van genezer en psycholoog.

Jali die aan het hof verbonden zijn, zijn ook de tussenpersonen en tolken tussen de koning en de gewone mensen. Een koning mag zich nooit rechtstreeks tot het gewone volk richten en omgekeerd; elk kontakt gebeurt via de jali. In die functie is de jali vast verbonden aan 'zijn' koning, aan wie hij de lof zingt en die hij moed inzingt tijdens oorlogen. Op die manier hebben de jali, die als nyamakala geen bestuursfunctie kunnen uitoefenen, toch vaak heel wat invloed op de politieke besluitvorming. Naast 'kabinetswoordvoerder' zijn zij dikwijls zelfs raadgever van de koning. Ook het uiten van lof is een politieke daad. Met veel diplomatieke vaardigheid zal de jali op een publieke bijeenkomst de lof zingen over alle horon die aanwezig zijn en zal hij bijzondere aandacht hebben voor hen die een belangrijke sociale status hebben.

Elke jali is verbonden aan een horon. De horon kiest zijn jali uit de nyamakala-clan die bij zijn clan hoort. Zo kiezen de Keita hun jali altijd uit de clan van de Diabate. De jalike of jalimusso die de horon gekozen heeft, zal al de huwelijken en geboorten van de familie aankondigen, alle giften op de feesten bekommentarieren, kortom de stem zijn van de horon naar het publiek toe.

In ruil hiervoor is de horon economisch verantwoordelijk voor zijn jali en diens familie. Alleen als een griot trouwt, worden de rollen omgekeerd: het is de enige gelegenheid waarop een horon de lof moet zingen. De jali zijn trouwens de enige nyamakala die volgens hun eigen overlevering ontstaan zijn uit een clan van horon. De eerste griot van elke jali-clan was een horon die de lof zong over zijn broer, nadat deze een heldendaad had verricht. Vanaf dat moment bleven de nakomelingen van de ene broer de lof zingen over de nakomelingen van de andere broer. De allereerste jali was Bala Fasseke Kuyateh, de eerste voorouder van de Kuyateh en de griot van Soundiata Keita, de stichter van het Mali-rijk.

Soundiata stuurde Bala Fasseke als onderhandelaar naar zijn vijand Sumaoro, koning van de Guinese Sousou. Sumaoro was zo verrukt over de kunsten van Bala Fasseke, die een begenadigd balafo-speler was, dat hij hem gevangen nam en hem aanstelde als zijn persoonlijke griot. Tot voor die dag was Sumaoro verplicht geweest om zichzelf te bewieroken en het leek hem wel wat om die taak aan iemand anders over te laten. Tegelijkertijd verklaarde hij de oorlog aan Soundiata; een oorlog die hij vele avonturen later verloor. Het is deze overwinning die Soundiata in staat stelde het Mali-rijk te stichten.

Yanne De Belder, april 1997 (herzien oktober 2002)

Oops! This site has expired.

If you are the site owner, please renew your premium subscription or contact support.